Fietsbewegwijzering voor snelfietsroutes

In het kader van het Europese project CHIPS (Cycle Highway Innovations for smarter People transport and Spatial planning) heeft Breda University of Applied Sciences met haar regionale partners gemeente Tilburg, regio Hart van Brabant en provincie Noord-Brabant onderzoek gedaan naar ‘wayfinding’ op snelfietsroutes. In de brede zin van het woord is ‘wayfinding’ de gehele combinatie van digitale, mentale en fysieke vindbaarheid en leesbaarheid van een snelfietsroute. Dit specifieke onderzoek richt zich op de fysieke leesbaarheid van de snelfietsroute; de mogelijkheid voor een fietser om op een eenvoudige en comfortabele manier zijn of haar weg te vinden op de route.

 

Verbeterde ‘wayfinding’ voor snelfietsroutes is gewenst. Uit het onderzoek komt naar voren dat het huidige bewegwijzeringsysteem voor fietsers in Nederland niet voldoet aan de hoge kwaliteit en comfort van de snelfietsroutes. De hogere snelheden die op snelfietsroutes kunnen worden behaald, in combinatie met meer gebruikers van elektrische fietsen, maakt dat de huidige borden onvoldoende leesbaar zijn en daarmee het comfort voor de fietser (zij moeten immers afremmen) beïnvloedt. Ook de huidige locatie en hoogte zou kunnen worden verbeterd voor een betere gebruikerservaring.

 

Door middel van een praktijktoepassing van twee wayfindingsconcepten op de snelfietsroute F261, Tilburg – Loon op Zand – Waalwijk is gekeken naar de mogelijke bebording, wegmarkering en belijning. Voor deze proef zijn twee wayfindingsconcepten ontwikkeld; concept plus en concept snel. Het concept plus vertoont gelijkenis met de vigerende richtlijnen, aangevuld met vooraankondigingsborden (borden voor een beslispunt) en routevervolgborden (borden na een beslispunt of op lastige situaties waar extra bevestiging gewenst is). Het concept snel is vormgegeven vanuit een optimaal gebruikersperspectief.

 

Door de toepassing van zowel kwantitatieve en kwalitatieve onderzoeksmethoden is de beleving van de wayfindingsconcepten getoetst op onder andere comfort, herkenbaarheid, veiligheid, de toegevoegde waarde van bebording en zichtbaarheid. Meer dan 1400 mensen hebben deelgenomen aan het onderzoek en studenten van de opleiding Built Environment zijn betrokken geweest bij de uitvoering van de onderzoeken.

 

Enkele van de conclusies uit het onderzoek zijn:
   • Beide nieuwe bebordingsconcepten worden beter beoordeeld dan de huidige fietsbebording.
   • Met de nieuwe fietsbewegwijzering wordt de route beter herkenbaar als snelfietsroute.
   • Met het gebruik van kleur, vorm en logo's/nummers wordt de zichtbaarheid en herkenbaarheid verbeterd.
   • Oriëntatieborden zoals een routevork helpen fietsers zich beter te kunnen oriënteren op de snelfietsroute. 
   • Met alternatieve belijning voor snelfietsroutes wordt de totale beleving (zoals rijcomfort en veiligheid) van fietsers vergroot.

 

Ten behoeve van de ontwikkeling van een Nederlandse standaard voor snelfietsroutebewegwijzering is het van belang de geconstateerde aandachtspunten nader te onderzoeken. Daarbij worden de uitgangspunten van de vigerende richtlijnen naast de onderzoeksresultaten gelegd en wordt met een detail uitwerking van varianten van de borden gekomen tot een variant die opgenomen kan worden in de richtlijnen. Er is nog meer kennis nodig om uiteindelijk de definitieve ontwerpen en uitgangspunten vast te stellen. In een vervolgstudie moet in ieder geval ook gekeken worden naar het beheers- en onderhoudsaspect, de uitvoerbaarheid, de materiaalkosten en -kwaliteit voor een duurzame implementatie.


;